Skip to main content

Het is 09.00 uur en mijn twee zoontjes liggen net op bed. Halleluja voor het ochtendslaapje. Ik ben net een minuut of 20 bezig als ineens – TRING — de bel gaat. Ik hoop maar dat de kids niet wakker zijn geworden. Snel ga ik verder met mijn werk. Hoor ik dat goed? Jep, er is er één wakker. Ik loop naar boven, leg hem goed en zeg dat hij echt nog even moet slapen. Vrij snel hoor ik mijn andere zoontje ook. Negeren, en hopen dat ze toch weer in slaap vallen. Laptop, koffie en in sneltreinvaart nog iets proberen te doen. 

Spelen versus slapen

Daar zit ik dan met het duo ‘Wij slapen niet, maar zijn wel moe’. Ik geef de jongste een banaan en de oudste een bakje aardbeien. Ik sla mijn laptop weer open. Opeens ligt de hele woonkamer onder de aardbeien. De oudste pakt het speelgoed van de jongste af. De oudste trekt de jongste aan zijn benen door de kamer. Ze hebben lol. Ineens is het huilen. En dan niet meer. Even niet kijken, en de jongste zit papier te eten uit een kinderboekje. Je ruikt ineens poep en ziet aan de bruine vlekken op de romper dat dit weinig goeds voorspelt. En ja hoor, poep tot bijna aan zijn nek. Dat wordt douchen. Inmiddels vallen ze bijna om en is het tijd voor het middagslaapje.

Alweer wakker?!

Oké: koffie, laptop en gaan met die banaan! Amper een halfuur later hoor ik de kraanvogels in de weide achter ons huis. Ik typ verder in de diepe hoop dat het trompetconcert aan de kinderen voorbij gaat. Ik hoor niets. Niet veel later – TRING – weer de bel. De buurman voor zijn pakketje. Tegen de tijd dat de kids uit bed moeten, slapen ze als een blok. Als ik ze nu laat liggen, komt de avond behoorlijk in de knoei.  Met duo ‘vermoeid en nog vermoeider’ zit ik op de bank. Ik besluit een rondje te gaan wandelen voor een frisse neus. Eenmaal weer thuis zet ik Juf Roos op en geef ze wat te drinken. Ik ben er vrij zeker van dat ik nu ongestoord zou kunnen werken. Maar het is er in huis ook niet schoner op geworden. En wat te denken van die berg was?

Wassen en wachten tot het fout gaat

Mijn zoontjes zijn nog steeds compleet geïntrigeerd door Juf Roos. Ik heb compleet ongestoord de was kunnen doen, gestofzuigd, geboend en de vaatwasser uit- en ingeruimd. Tijd om te koken. Bij de oudste zijn de dolle 5 minuten aangebroken. Rondjes draaien, om de tafel rennen, springen, hupsen, noem maar op. Vaak is het wachten tot het fout gaat. En ja hoor, hij struikelt over zijn eigen benen en komt vol op de jongste terecht, die er toevallig net aan kwam kruipen. Krijsen geblazen. Met de jongste in mijn rechterarm probeer ik de oudste met mijn linkerarm te troosten. Tegelijkertijd bedenk ik me dat ik net olie in de pan had gedaan voor het vlees. Shit. Precies op dat moment komt mijn man binnen. ‘Hee schat! Hoe was je dag?’

Hulde aan de werkende thuisouders

Natuurlijk zijn er ook (veel) dagen dat er niet wordt aangebeld. Dat de kraanvogels die herrie maken buiten de slaapjes om. Dat er wél wordt aangebeld, maar ze niet wakker worden. Maar werken buiten de slaapjes om: het is misschien niet onmogelijk, maar wel verrekte moeilijk. Hulde aan alle ouders die dit toch voor elkaar krijgen! En mocht je je ergeren aan collega’s waarbij je hun kinderen op de achtergrond hoort of ziet, bedenk je dan: zij hebben er ook niet om gevraagd. Alhoewel, toen ons mam vroeger ergens over ‘klaagde’ was mijn antwoord als 5-jarige: ‘Tja, jij wilde mij.’

Deze blog is geschreven door:

Loes Brouwer