Skip to main content

Programmeren kun je leren. Op school of thuis, door discipline en doorzettingsvermogen. De wereld van IT kent een hoop geschoolde, maar vooral veel autodidactische programmeurs. Wat is nu eigenlijk het grootste verschil tussen deze twee? We vroegen het aan Rein op ‘t Land, eigenaar van youcancode.it

Wat is het grootste verschil tussen praktijk en theorie leren als het aankomt op programmeren?

‘Wie leert programmeren op de universiteit leert allereerst een theoretische basis. Denk aan wiskunde, maar ook hoe computers precies in elkaar zitten en hoe je een website maakt. Wie een bachelor of master in programmeren haalt, haalt een voldoende voor de theoretische vakken en beschikt dus over een theoretische basis. Zonder de juiste werkervaring kan het zijn dat ze het ding dat jij geprogrammeerd wilt hebben niet zomaar in elkaar kunnen zetten. Theoretische basis is niet hetzelfde als projectervaring die je opdoet als programmeur. Dit wil overigens niet zeggen dat iemand die programmeren leerde op de universiteit geen projectervaring heeft. Dat kan natuurlijk altijd! De autodidacte programmeur leerde zichzelf precies wat ze op dat moment -stap voor stap- nodig hadden om vooruit te komen. Er zijn genoeg autodidactische programmeurs die iets in elkaar kunnen zetten, zonder dat zij een theoretische basis hebben zoals een universitair geschoolde programmeur.’

Is het een beter dan het ander?

‘Theoretische kennis levert niet altijd de beste oplossing. Als je voor een groot tech bedrijf werkt en iets kleins moet optimaliseren komt theoretische kennis goed van pas. Soms heb je echter een quick en dirty oplossing nodig. Dan helpt het juist als je zo snel mogelijk kunt schakelen en praktisch aan de slag kunt. Je kunt dus eigenlijk niet zeggen dat het een een goede en het ander een slechte programmeur is. Dat zou hetzelfde zijn als het vergelijken van een bokser en een marathonloper en jezelf dan afvragen wie de beste sporter is. Zowel boksen als marathonlopen is een topsport, maar de benodigde vaardigheden zijn anders. Ditzelfde principe geldt voor de verschillende soorten programmeurs die we vandaag de dag kennen. Het grootste verschil tussen een autodidact en een universitair geschoolde programmeur is dat je bij de universitair geschoolde programmeur ervan uit kunt gaan dat deze een theoretische basis heeft, die voldoet aan de maatstaven van de opleiding. Maar nogmaals: dit betekent niet dat deze beter is dan die van de autodidact. Je kunt een autodidact ook naar hun theoretische kennis vragen. Als je twijfelt over de theoretische kennis kun je deze ook toetsen door middel van een assessment.’

Hoe maak je de juiste keuze in het aannemen van een programmeur?

‘Programmeren is een teamsport. Als je écht een geweldig team wilt samenstellen dan is een combinatie van een universitair geschoold iemand en een autodidact misschien wel de meest interessante optie. Universitair opgeleide programmeurs zijn goed in scalability en engineering, waar de meeste autodidacte programmeurs weer goed zijn in snel itereren. Een mooie aanvulling van skills en vaardigheden, als je het mij vraagt! Het is vooral belangrijk om naar iemands skills te kijken in plaats van een papiertje. Weet wat je vraagt, en wat voor soort programmeur je nodig hebt voor jouw project. Onderzoek dan of de ervaring en kennis van de programmeur daarbij aansluit.’

<<< Terug naar het overzicht